
Na de aankomst op woensdag 30 september in Civittavechia rijden we via Rome richting Montefino, een bergdorp in de Abruzzen. De eerste 150 kilometer gaat prima, maar zodra we van de autoweg afgaan, komen we in een bergachtige omgeving met zeer kleine wegen, zo smal dat onze auto er soms nog maar net doorheen kan. De wegen zijn zeer stijl tussen de 25 & 30 procent, met een wegdek bestaand uit aan elkaar geplakte stukjes asfalt. 25 kilometer zo moeten rijden is geen pretje. Naderhand bleek dat er ook nog een andere weg is, maar ja we volgden gewoon de aanwijzingen op de navigatie.
Gelukkig vinden wij het huis, dankzij haar aanwijzingen snel. We zijn in het paradijs gekomen zo lijkt het wel. Het huis heeft de mooie naam “Fonte delle Monache, fontein van de nonnen.

Een beetje van de reis uitrusten met een heerlijke siësta, een duik in het zwembad voor enkele rondjes en veel lezen komen we de donderdag wel door. Vrijdag verkennen we het dorp Montefino. Het dorp is heel mooi gerestaureerd, met prachtige bewerkte stenen op de voetpaden. Er is in het dorp zelf weinig te doen. Zaterdag gaan we naar Bisenti, een wat groter dorp in de omgeving. De inwoners zijn druk bezig met de voorbereiding van een groot wijnfeest in het weekend. Opvallend zijn de vele eetkraampjes die worden opgebouwd. Het lijkt wel of de mensen hier in de regio zijn uitgehongerd of als voorbereiding op dit feest een week niet hebben gegeten. Ons valt op dat de huizen er allemaal zo mooi uitzien, mooi gebouwd en weinig verval, dit in tegenstelling met veel vervallen huizen in Lazio.
Zondagochtend zijn we zeer verbaasd te zien, dat het zwembad volledig is afgedekt met een zeildoek. Zwemmen zit er helaas niet meer in. In de middaguren willen we “ons huis” op de overkant van de kloof gaan bekijken. We zien op afstand daar regelmatig auto’s rijden. Helaas lukt het ons niet deze weg te vinden, dan maar een toertje door het berglandschap. Na 25 kilometer zijn wij bergop – bergaf wel beu en stellen de navigatie in op terugkeer naar ons huis. De weg volgend komen we plots voor de aanduiding van opgebroken weg, Er is als alternatief, een zandweg. Als we die oprijden komen we uit bij een boerderij. We kunnen niet verder. Druk pratend probeert de boerin aanwijzingen te geven voor de terugweg, met 2 opties: 1) moeilijk begaanbare weg 2) een flink eind moeten omrijden. Ik zie dat ze ook enkele kippen in een ren heeft lopen. Ja ze verkoopt ook eieren, uiteindelijk wel voor een prijs die de dubbele is van de prijs die wij voor 10 eieren rekenen. Gelet op onze eerdere ervaringen kiezen we voor optie 2. Maar ja in de navigatie loopt het aantal kilometers aardig op en de tijdaanduiding doet ons twijfelen of we voor het donker op onze stek zijn. Gelukkig zijn we een kwartier voor de duisternis weer “thuis”.
Maandag zijn we een beetje lui, op voorstel van Riny gaan we naar het nabijgelegen dorp Castiglione Messer Raimondo. Hier is een heel leuke bar. Genietend van een heerlijke espresso/ cappuccino met een brioche kijken we uit op de hoogste berg van de Apennijnen de Gran Sasso 2912 meter hoog. De inwoners noemen deze bergketen “de liggende vrouw”.


Dinsdag gaan we terug naar Bisenti, we waren benieuwd naar de markt die daar toen was. Nou dat viel vies tegen. Kleding uit de jaren 60-70, goedkope tassen en nog meer van de rommelspul. We gaan ook nog even naar Castiglione MR
’s Middags wordt het al snel wat meer bewolkt. We hebben gelukkig allebei een e-reader, dus genoeg tijd om te lezen.








Woensdag zou het ook minder mooi weer zijn, maar tot onze grote verrassing, scheen de zon volop. We rijden naar Atri een dorp hooggelegen (480) meter en bekend om zijn mooie omgeving van Calanchi, geërodeerde rotsen van kalksteen. Atri is een eeuwenoude stad (500 voor het begin van de jaartelling). Helaas hebben we niet veel van de oude stad kunnen zien, Eva vindt zoiets niet echt leuk. Maar goed, we hebben genoten van de mooie omgeving.















































































































































